Zoeken
De Meiringen-Innertkirchen-Bahn

Door: Erik Kruithof
Datum: 09/05/2000

Kort na het begin van het begin van de 20ste eeuw ontstonden er plannen bij de Bernischen Kraftwerke (BKW) om de waterkracht in de Oberhasli en Grimsel te gebruiken om stroom op te wekken. Hierbij werd ook smalspoorlijn tussen Meiringen en Guttannen via Innertkirchen voorzien. Het in 1923 opgerichte Kraftwerke Oberhasli (KWO) bouwde voor het transport van bouwmaterialen en arbeiders een metersporige werkspoorlijn van Meiringen naar Innertkirchen. Op 1 augustus 1926 werd de lijn geopend. Een verlenging van het traject heeft men laten zitten wegens de hoge kosten en het gebrek aan ruimte. Voor het verdere transport werd er een systeem van kabelbanen gebouwd.

De eerste treinen met bouwmaterialen voor de waterkrachtcentrales werden gereden door van de Rhätische Bahn (RhB) overgenomen Mallet-stoomlocomotieven G 2/2 23 "Maloja" en 2/3 24 "Chiavenna". Al gouw kwam er een beperkt personenverkeer, vooral arbeiders van KWO en hun familieleden, opgang. Voor het vervoer hiervan werd er in 1931 een accumulatortractor Ta 2/2 3 met 12 zitplaatsen aangeschaft. Deze accumulatortractor is heden ten dage te vinden is bij Duitslands eerste museumbaan (DEV Bruchhausen-Vilsen). In 1939 werd ter versterking een grotere accumotorwagen CF 2/2 4 met 22 zitplaatsen en bagageafdeling bij SIG/SAAS besteld.


De Be 4/4 8 van de MIB te Innertkirchen west, 21 augustus 2000. E. Kruithof
In 1946 werd er door de staat een concessie afgegeven voor openbaarvervoer en vervolgens de Meiringen-Innertkirchen Bahn (MIB) opgericht, die vandaag de dag nog steeds eigendom is van het KWO. Voor het stijgende aanbod van personenverkeer werd er een tweede accumotorwagen CFa 2/2 5 aangeschaft.

In het begin van de jaren '70 van de 20ste eeuw zou de concessie aflopen. Ook dacht men er toen aan om de tractie te veranderen. De starren 2-assige voertuigen en het hoge gewicht van de accumulatoren belaste de bovenbouw te sterk. Tevens waren de elektrische inrichtingen hun einde nabij. Toen in 1976 de concessie voor 50 jaar werd verlengd kon de complete bovenbouw van het traject vernieuwd worden. Op 19 november 1977 startte men met een elektrische dienst van 1200 V gelijkstroom met drie door het Oberrheinischen Eisenbahn-Gesellschaft (OEG) in Mannheim gebruikte tramachtige motorwagens (63, 65 en 68), welke door Fuchs gebouwd werden. Twee werden er in de werkplaats van de Brünig-bahn in Meiringen geschikt gemaakt voor de dienst, de derde diende als onderdelen leverancier. Om het ophalen van

goederenwagens mogelijk te maken op het SBB Brünig-station (15 kV 16 2/3 Hz wisselstroom) werden de als Bem 4/4 6 en 7 benoemde wagens met een noodstroom aggregaat met benzinemotor (VW) uitgerust.

Toen ook deze tractievoertuigen ouderdomsverschijnselen gingen vertonen kon men op huurbasis de ABDeh 4/4 301 uit 1949 in de periode 1988-1996 van de Berner-Oberland-Bahnen (BOB) overnemen. In maart 1996 kocht de MIB van Stadler/ABB de Be 4/4 8, het eerste fabrieksnieuwe materieel na 50 jaar.

Van de oude Bem's bleef alleen de nr. 7 als reserve behouden en de nr. 6 als onderdelenleverancier. Een zijwand van de motorwagen werd uitgesneden en er werd een diesel aangedreven stroomaggregaat ingebouwd. Ook wijzigde men de inrichting van de elektrische dakuitrusting. Aangezien de verkrijgbaarheid van reserveonderdelen steeds moeilijker werd belande deze motorwagen in 2000 bij het schroot.

Als nieuw reservevoertuig kwam eind 1997 de voormalige Be 4/4 74 van de Vereinigte Bern-Worb-Bahnen (VBW) als Be 4/4 9 bij de MIB.

Het traject
De Meiringen-Innertkirchen Bahn begint even achter het SBB Brünig-station Meiringen. In Meiringen is het traject van de MIB ook verbonden met de SBB Brünig-lijn, maar door de verschillende stroomsoorten is doorgaand verkeer normaal niet mogelijk. Het goederenverkeer dat afhankelijk van het aanbod plaats vindt bestaat meestal uit van de Brünig-bahn afkomstige goederenwagens met onderdelen voor de waterkrachtcentrales. Per dag rijden er op werkdagen volgens de actuele dienstregeling 21 treinparen.

Na 1/3 van het 4,99 km lange traject verdwijnt de trein en de 1502 m lange Kirchetunnel, het grootste bouwwerk van de lijn. De tunnel gaat door de wereldberoemde Aareschlucht. Ten tijde van de tweedewereldoorlog speelde de bescheiden MIB een grote rol in de politiek. In de tunnel door de Aareschlucht was rond de 15.000 m3 rots uitgehakt. Deze ruimte werd gevuld met keuken, douches, wc's en slaapplaatsen voor 120 man. Deze zekere ondergrondse ruimte zou als Zwitserland zou worden aangevallen onderdak bieden aan generaal Guisan en zijn commandostaf. Als verplaatsbare centrale hebben 13 in de tunnel geparkeerde normaalspoorwagens gediend.

Het laatste deel van het traject ligt in de gebied van de plaats Innertkirchen. Het eindstation bevind zich op het terrein van de centrale Oberhasli.


Zicht in de Aareschlucht, 21 augustus 2000.
E. Kruithof

Geraadpleegde bronnen:
- www.kwo.ch
- Rail-Info Schweiz

Laatste Artikelen

Train Magazine op Twitter