Zoeken
De Baureihe 181.2

Door: Niels Kruithof
Datum: 03/07/2011

Geschiedenis
In het jaar 1972 besloot de Deutsche Bundesbahn het besluit om de Moselbahn van Koblenz naar Trier te elektrificeren. Gelijktijdig zou tussen Igel en Wasserbillig de aansluiting op het Luxemburgse net en tussen Perl en Apach de verbinding met het Franse net gerealiseerd worden. Zowel het Luxemburgse als Franse net zijn hier geëlektrificeerd met 25 kV / 50 Hz. Omdat de al voorhanden zijnde tweespanningslocs van de series 181.0, 181.1 en 182 en de vierspanningslocs van de serie 184 al volledig nodig waren voor de inzet tussen respectievelijk Saarbrücken - Forbach/Metz en Keulen - Luik, benodigde men om dit gat dichten meer tweespanningslocs.

In eerste instantie plande de DB de aanschaf van meer locomotieven van het type 181.0, die zich in de dienst het betrouwbaarst had getoond. De techniek was echter al weer verder ontwikkeld. Bovendien bleek wegens de problemen bij de toen nog nieuwe locs van de series 181, 184 en 103 zinvol. Bij vele nieuwbouw locs werd de machinekamer namelijk door de ver naar onder reikende luchtrooster sterk vervuild. Om dit probleem op te lossen zouden bij de serielocs de luchtroosters nu aan de bovenkant van de locomotiefbak geplaatst worden. Ook in andere onderdelen, zoals de wielstellen, werden nieuwe technieken toegepast. Uiteindelijk werd de locomotiefbak toch volledig opnieuw geconstrueerd en zo ontstond een combinatie uit de locomotiefbaken van de Br 181.0 en de Br 151. De elektrische uitrusting werd wel gewoon van de 181.0 overgenomen en in de buurt van de luchtroosters aan de nieuwe locomotiefbak aangepast.

Op 25 juli 1972 bestelde de DB 25 nieuwe tweespanningslocs met de nummers 181 201 - 225



Nog in het jaar 1988 hadden alle locomotieven hun oorspronkelijke kleurstelling. Desondanks was dit treffen op 20 augustus 1988 voor de oude locloods van het station Saarbrücken een bijzonderheid
. Gelijktijdig vijf locomotieven in oude kleurstelling: 181 205, 181 207, 150 192, 141 085 en 181 210. Enige jaren later was dit beeld niet meer mogelijk. Niet alleen omdat de locs ondertussen omgeschilderd waren, ook de oude locloods is ondertussen niet meer voorhanden. H. Sölch
bij AEG (elektrische uitrusting) en Krupp (mechanisch gedeelte). De constructie van de locs ontstond in samenwerking met het Bundesbahn-Zentralambt in München. De locs moesten geschikt zijn voor zowel 16 2/3 Hz en 15 Kv als voor 50 Hz 25 Kv en moesten een snelheid van 160 km/h kunnen volhouden. Om een eventuele inbouw van een automatische koppeling te vergemakkelijken werd bij de bouw een gemakkelijke uitwisseling van de beide koppelingssystemen mogelijk gemaakt. Ook werden alle locs voorzien van apparatuur om in dubbeltractie en trek/duwdiensten te kunnen rijden.

De eerste bovenleidingmast voor de elektrificatie werd op 22 april 1970 in Cochem Hbf geplaatst en op 7 december 1973 volgde met een 103 de feestelijke opening van de elektrificatie op het traject tussen Koblenz, Trier en Saarhölzbach. Op 29 april 1974 werd het traject van Karthaus tot de grens van Luxemburg in dienst genomen en op 25 oktober 1974 volgde nog het traject naar Perl/Apach (Frankrijk).

Als eerste loc werd de 181 201 op 4 juli 1974 aan de DB geleverd. Samen met de iets later gereed gekomen 181 202 en 203 werden de locs aan omvangrijke testritten onderworpen. Met de afname van de locs op 2 september 1974 kwamen de locs officieel in het bestand van het Bw Saarbrücken. Tot en met de 181 210 werden de locs in het tot dan toe gebruikte blauwe kleurschema geleverd. Vanaf de 181 211 kregen de locs het nieuwe oceaanblauw/beige kleurschema.

Tot einde 1974 verhoogde het bestand in het Bw Saarbrücken zich tot 16 locs (181 201-216). De overige locs werden in het volgende jaar geleverd. Als laatste kwam de op 3 april 1975 afgeleverde 181 225 op 22 mei 1975 officieel in het DB-bestand. Voor de trajecten met 25 kV 50 Hz moesten de locs een extra test ter goedkeuring afleggen. Deze test vond meestal enkele weken na de Duitse test plaats. Met de levering van de 181.2 ging trouwens ook het onderhoud van alle andere meersysteemlocs van het AW München-Freimann naar het AW Opladen over.

Steeds weer werden de locs aan het begin van hun carrière aan testritten onderworpen, waarmee ze ook vaak ver buiten hun normale inzetgebied te zien waren. Zo legde bijvoorbeeld de 181 207 begin juni 1975 op de Münchner Nordring verschillende tests af. Als remlocs fungeerden overigens de blauwe prototype dieselloc 202 004 en de stoomlocs 044 404 en 044 427.

Samen met de in Saarbrücken gestationeerde locs van de series 181 (001, 002, 103, 104) en 182 (001, 011, 021) had het Bw Saarbrücken aan het einde van 1975 totaal 33 tweesysteemlocs in het bestand. De 181.2 verdrong kort naar zijn intrede de 181.0 en 181.1 op het traject Saarbrücken - Forbach uit de zware goederendienst en nam nagenoeg alle reizigerstreinen over. De 182'en waren wegens hun lage maximum snelheid meestal wel in de zware goederendienst aan te treffen. De locs van de serie181.2 waren op alle grensverbindingen tussen het Saarland en Frankrijk/Luxemburg te vinden. Gereden werd alles - van regionale treinen over hoogwaardige reizigerstreinen tot in de zware goederendienst.


Tot het zwaartepunt van de inzet behoorden van oorsprong de langeafstandstreinen tussen Frankfurt/Main en Parijs op het traject Frankfurt - Metz. Meermaals per dag komen de locs van Bw Saarbrücken met D-treinen en EC's ook vandaag nog in Metz. De 181 209, welke in de nacht van 18 op 19 augustus 1988 voor een D-trein in station Metz bespannen werd, glansde in deze tijd nog in een mooie blauwe beschildering, 18 augustus 1988.
H. Sölch
De hoogwaardige treinen op de lijn Frankfurt - Parijs werden tot/van Metz gereden. Tussen Luxemburg en Koblenz/Frankfurt werden D- en E-treinen bespannt met de 181.2. Het speciaal opgeleide DB en CFL personeel bleef daarbij gedurende de hele rit op de loc. Om de omloop sluitend te krijgen werden de locs ook op de rechter Rheinstrecke tot Wiesbaden en tot Heidelberg/
Stuttgart ingezet.

Op 21 oktober 1976 kregen drie locs tijdens een kleine feestelijke gelegenheid namen. Rekeninghoudend met de Europese gedachte kregen de uitgekozen locs een Europese vlag op de beide zijkanten en de namen "Lorraine" (181 211), "Luxembourg" (181 212) en "Saar" (181 213). Om alle inzetgebieden te rechtvaardigen kreeg de 181 214 enkele jaren later nog de naam "Mosel".

In het eerste halfjaar van 1977 bereikten de locs een gemiddelde kilometerprestatie van 68489 km en in het eerste halfjaar van 1978 lag dit zelfs op 69613 km.

In de winterdienstregeling van 1978/79 weren o.a. de volgende treinen met de mooi vormgegeven locs bespand:
Op het traject Koblenz - Trier - Luxemburg de treinen D 356, D 357, D 555, E 2050, E 2051 en E 2054 (van Wiesbaden), E 2055, E 3057, E 3068, E 3628, E 3650, E 3657 en E 366.
Op het traject Koblenz - Trier - Perl/Apach - Metz de treinen E 553, E 554, E 556.
Op het traject Frankfurt - Kaiserslautern - Saarbrücken - Metz de treinen D 252, D 253, D 254, D 255, D 256, D 257, D 258, D 259, D 355, D 450, D 451, D 1014.
Op het traject Stuttgart - Kehl - Strasburg/Offenburg- Strasburg de D 265, D 666, D 715, E 2902, E 3861 en E 3868.

Daarnaast reden de 181.2'en ook diensten in Luxemburg met de treinen 6949 / 6952 (Luxemburg - Belvaux Soleuvre ezv), 6865 /6962 (Luxemburg - Esch/Alzette en terug.), 6720 / 6721 tussen Dudelange Usines en Bettembourg en 6724 Dudelange Usines - Bettembourg, 6915 Luxemburg - Dudelange Usines en als loctrein Bettembourg - Luxemburg. De locs kwamen ook voor binnenlandse Duitse goederentreinen, waaronder de expresgoederentrein 14012 tussen Stuttgart en Karlsruhe (di-za).

In de winterdienstregeling 1979/1980 kwamen de locs meer naar Wiesbaden. Zo reden de 181.2'en de N 7009, E 758, E 759, E 2052, E 2053, E 2427, D 1433 (zo), IC 521 (ma-za)en 624 planmatig van/naar Frankfurt, Luxemburg en Koblenz naar de hoofdstad van Rheinland-Pfalz.

In de zomerdienstregeling van 1980 kwam het zelfs tot TEE-eren voor de 181.2. Bespand werd de TEE 8/9 "Albert Schweitzer" tussen Kehl en Straatsburg. Met ingang van de winterdienstregeling ging deze dienst op de Franse BB-20200'en over.

Vanaf 28 september 1980 werd voor 15 locs een omloopplan met een gemiddelde prestatie van 715 km per loc opgesteld. De hoogte prestatie daarvan werd met 1000 km in dag 8 gereden, die diensten tussen Metz, Koblenz en Luxemburg bevatte. Naast de gebruikelijke inzetten naar Frankrijk en Luxemburg kwamen de locs ook in het gehele Saarland en naar Frankfurt, Wiesbaden, Koblenz, Heidelberg, Kehl, Mannheim, Offenburg en Schifferstadt. Daarnaast bestond nog een twee daagse omloop met diensten rond Saarbrücken en de D-treinen 893 Karlsruhe - Stuttgart en 478 Stuttgart - Strasburg en een ééndaagse omloop met diensten tussen Offenburg/Kehl en Strasburg en het D-paar 264/265 naar Stuttgart.

Ook bij de dienstregelingovergang van 26 september 1982 bleef het 15-daagse plan bestaan. De gemiddelde kilometerprestatie per loc steeg echter tot 782 km. De intensiefste dag was nu met 1115 km dag 4 van het omloopplan. Aan het inzetgebied veranderde daarentegen niet veel. Naast het hoofdplan bestond ook weer een klein plan, die o.a. diensten naar Stuttgart bevatte. De overbrenging tussen de twee inzetgebieden rond het Saarland en tussen Stuttgart - Offenburg vond plaatst met binnenlandse Franse diensten tussen Metz en Straatsburg.

Vanaf einde mei 1983 ging de bespanning van goederentreinen tussen Ehrang en Bettembourg (L) van DB-diesellocs op de 181.2 over. Ondanks deze dienstuitbreiding bleef het ondertussen in een 10-daagse gewijzigde omloopplan nagenoeg onveranderd. Een extra plan met 415 km per dag bestond uit diensten tussen Offenburg/Kehl en Strasburg en naar Stuttgart.

In de winterdienstregeling 1983/1984 kwamen de locs met de E 2051, E 2052 en E 2059 op de rechter Rheinstrecke tussen Koblenz en Wiesbaden. Tegelijkertijd reden de 181.2'en ook de IC's 521, 568, 620, 623 en 624 tussen Frankfurt en Wiesbaden.
De in Saarbrücken gestationeerde locs voldeden uitstekend en stonden met topprestaties van boven de 90 procent op de hogere plaatsen in de beschikbaarheidstatistieken van de DB. In het midden van de jaren tachtig werden de locs weer in een 15-daagse hoofdomloop ingezet, met gemiddeld 816 km per dag. De hoogste prestatie op een dag was 1225 km en het zwaarte punt bij de diensten lag in de reizigersdienst. Goederendiensten werden voornamelijk in de grensregio verricht.

Met ingang van de zomerdienstregeling 1985 werd het driedaagse plan met het 15-daagse hoofdplan tot een 18-daagse plan samengevoegd. De locs werden nu met de expresgoederentrein 14177 Mannheim - Karlsruhe naar het zuidelijke inzetgebied rond Offenburg/Kehl/Strasburg en Stuttgart overgebracht. Drie dagen ging het weer terug met de FD 210/D 894 van Stuttgart via Heidelberg naar Trier. Stuttgart werd vijf maal per dag aangedaan met de D 961/D 266, E 3003 (wo)/D 494, FD 265/ FD 210, D 495/FD 264 en D 267/E 3022 (zo) respectievelijk ExprD 14112 (di-za).

Bij feestelijkheden ter gelegenheid van het150-jarige jubileum van de Duitse spoorwegen mocht een 181.2 natuurlijk niet ontbreken en zo werd de opgepoetste 181 213 "Saar" op de materieelparades in Neurenberg en op de bekende locparade in het Bw Bochum-Dahlhausen gepresenteerd.

Ook ongelukken bleven de 181.2'en niet bespaard. Zo


Tot midden jaren tachtig kwamen de locomotieven van de Baureihe 181.2 ook nog op de linker Rijnoever tussen Wiesbaden en Koblenz tot inzet. De toen nog blauwe 181 209 rijdt met een sneltrein het station Geisenheim binnen, 4 april 1984. H. Sölch
botste op 28 december de 181 220 in het Franse Forbach frontaal op haar zusterloc 181 214. Beide locs hadden een goederentrein aan de haak en waren aan de cabines zwaar beschadigd. Op 29 december werden de locs met een 290 naar het Bw Saarbrücken voor overgebracht. Later werden ze voor reparatie naar het AW Opladen gestuurd. Bij de 181 214 duurde de herstelling tot het einde van april 1985 waarna de loc met een nieuw opgebouwde cabine naar haar thuisplaats terugkeerde.

Met de winterdienstregeling van 1988/1989 gingen de diensten van de internationale EC's 52/53, 56/57 op het traject Forbach - Metz op de Franse serie BB 15000 over, waardoor de 181.2 alleen nog met drie treinparen (D 1014/259, D 254/255 en D 258/1019) in de Franse stad kwam. Daarnaast bestond er ook nog een speciale tweedaagse omloopplan dat militaire treinen op vrijdag bevatte. Naast de 181.2 kwamen er voor deze treinen ook vermeerderd de voorserielocs van de 181 en de 184 in inzet.

Vanaf de zomerdienstregeling 1989 werden de locs met de E 3851 en D 2350 op werkdagen behalve zaterdag op de Neckartalstrecke ingezet. In juli 1989 bereikte de 181 223 een maandprestatie van 23040 km en lag daarmee duidelijk onder de 103, 111 en 120 maar wel in het bereik van de 110 en 112 wat bij het kleine inzetgebied van de 181.2 een respectabele prestatie is.

Op 28 februari 1990 ging de 181 223 als testloc voor de inbouw van LZB 80 terug naar de fabrikant Krupp. De DB plande toen om alle 25 locs van de 181.2 van deze nieuwe beveiliging te voorzien. De DB had ook besloten om als proef de kilometergrens te verhogen zodat een loc pas na afloop van het achtjarige revisietermijn naar het AW Opladen moest.

In het jaar 1989 was tot de invoering van een IR-dienst tussen Stuttgart en Saarbrücken met ingang van de zomerdienstregeling 1990 besloten. Voor dit doel bespande de 181.2 vanaf de winterdienstregeling 1989/1990 de meeste D-treinen op deze relatie (D 1562, 1564, 1565, 1568, 1662, 1665 en 1767). Bovendien kwamen de locs met de treinparen EC 52/53 "Victor Hugo", EC 54/55 "Gustave Eiffel", EC 56/57 "Goethe", EC 58/59 "Heinrich Heine" tussen Frankfurt, Saarbrücken en weer tot Metz in inzet. Tussen Stuttgart en Strasburg bespanden de locs de EC 66/67 "Maurice Ravel", EC 68/69 "Mozart" en de D-treinparen 264/265 en 494/495. De binnenlandse diensten in Frankrijk tussen Metz en Strasburg vervielen echter omdat de uitwisseling nu middels de IR-verbinding Saarbrücken - Stuttgart. Vanaf de winterdienstregeling 1989/1990 reden de 181.2'en ook voor het eerst een doorgaande goederentrein tussen Saarbrücken en Metz. Al in deze tijd was het voornemen van de DB om de 181.2 op het traject Trier - Koblenz te vervangen door de locs 110, 140 en 141 om zo meer 181.2'en vrij te krijgen voor belangrijkere diensten.

Aan het begin van de negentiger jaren moesten de 181.2'en - net zoals de 103 - wegens toenemende slijtage aan de loc steeds vaker naar het AW Opladen gezonden worden. Bij enkele locs werd zelfs de toegestane snelheid tijdelijk verlaagd tot 120 km/h. Desondanks werden de locs nog steeds volop ingezet en bereikte in mei 1991 de 181 203 met 26055 km een van de hoogste kilometer prestaties van de serie.

Begin 1991 planden de DB en de SNCF de locs van de serie 181.2 tot Parijs door te laten rijden. Ondanks succesvolle proefritten is dit echter niet gerealiseerd. In plaats daarvan kwam er een nieuw omloopplan met een gemiddelde kilometerprestatie van 908 kilometer per dag. Met het treinpaar E 3499/3450 kwamen de locs nu ook tot in het Zwitserse Basel. Helaas reden deze treinen midden in de nacht zodat fotograferen praktisch niet mogelijk was. Daarnaast werden de bekende diensten tussen Frankfurt, Saarbrücken, Offenburg, Stuttgart, Metz, Luxemburg, Forbach en Strasburg zoals gebruikelijk met de 181.2 gereden. Ook Heidelberg werd op werkdagen weer vaker door een 181.2 aangedaan (E 3161, 3168, 3177, 3184). Vanaf 1991 kwamen de locs bovendien met de seizoenssneltrein D 1272/1273 voor het eerst planmatig tussen 28 juni en 1 september via de rechter Rheinstrecke tot Keulen.

In het jaar 1993 werd een omloopplan voor 18 locs opgesteld, dat een gemiddelde dagprestatie van 890 km per loc voorzag. Aan het inzetgebied veranderde niet veel. Overwegend met personendiensten werden de plaatsen Metz, Strasburg, Apach, Luxemburg en de Duitse plaatsen Frankfurt, Stuttgart, Offenburg en Koblenz bereikt. De dienst naar Basel was daarentegen weer geschrapt en ook de regionale diensten tussen Saarbrücken en Metz gingen over op de Franse 67500. Daarmee reden de locs wel weer meer diensten op de Neckarstrecke tot Heilbronn.

In de winterdienstregeling van 1993/1994 bereikten de locs een prestatie van 91 km/dag. Naast de inzet met D- en E-treinen in starre diensten langs de Moezel en Saar werden de meeste lange afstandstreinen op de relaties Frankfurt - Saarbrücken en Stuttgart - Strasburg met de 181.2 bespannt. Daarnaast kwamen de locs ook voor de MetroRhin-treinen tussen Offenburg en Strasburg in inzet. De uitwisseling van locs tussen de twee inzetgebieden volgde met de D-treinen 1998/1999. Uiterste keerpunten waren Heilbronn en Luxemburg. Met het seizoenssneltreinpaar D 1272/1273 bereikten de locs ook weer Keulen. Enkele goederentreinen tussen Saarbrücken - Ehrang en Luxemburg vulden het plan aan.

Met de herstructurering van de DB als vennootschap ingaande 1 januari 1994 werd de 181.2 als één van de weinige e-locs aan de divisie langeafstandsverkeer toegedeeld.

De gevolgen van het slechte onderhoud en de continue inzet werden aan het begin van de negentiger jaren goed merkbaar bij de 181.2'en. Een goed voorbeeld hiervan is de toen nog blauwe 181 204. De loc had einde 1988 een HU gehad, maar moest al naar ruim 5 jaar in het begin van 1994 wegens grote roestschade weer terug naar het AW. De loc kwam vervolgens op 12 april 1994 weer in dienst met de toen nog nieuwe oriëntrode kleur. Ook andere locs hadden te kampen met deze problemen en moesten daarom naar het AW Opladen.

In april 1995 waren er weer twee locs buiten hun normale inzetgebied te zien. Tussen 18 en 27 april 1995 vonden op de trajecten Augsburg - Donauwörth en München - Ingolstadt testritten met snelheden tot 160 km/h plaats. Voor dit doel kwam later ook nog de 181 209 naar Bayern. Een week later volgde ook nog de 181 219 om ook testritten in dubbeltractie te houden. Door deze testen konden de prestaties van de machines en de pantografen bij snelheden tot 160 km/h getest worden, omdat de locs ondertussen steeds meer uit de regionale en goederendiensten werden gehaald en vooral in het hoogwaardige langeafstandsverkeer ingezet zouden gaan worden. De locs zijn oorspronkelijk voor 160 km/h toegelaten, maar in praktijk reden ze meestal maar met 140 km/h. De testritten toonden aan dat de locs geschikt waren om met 160 km/h en over langere afstanden te rijden. Theoretisch zouden de locs zelfs 180 km/h kunnen rijden, maar om enige snelheidreserve te houden is dit in de normale dienst niet toegestaan.


181 218 rijdt op 21 augustus 1996 met de EC 56 Heinrich Heine (Frankfurt - Parijs) het station Frankfurt am Main Hbf uit. De loc zou de trein tot in het franse Metz bespannen. H. Sölch
Midden 1995 had de oriëntrode kleur zich ook bij de 181.2 verder uitgebreid. Met de 181 204, 208, 209, 215 en 221 waren er op dit tijdstip nu 5 locs in de nieuwe kleuren onderweg.

Vanaf de zomerdienstregeling van 1995 kwamen de locs weer vaker op het traject Frankfurt - Saarbrücken - Metz te inzet. De locwissel in Forbach verviel weer bij de betreffende diensten. Hoewel de locs ondertussen bij de divisie DB Reise & Touristk hoorden, bespanden ze ook weer enkele E- en goederentreinen, o.a. tussen Koblenz, Trier en Luxemburg. Highlight was de planmatige bespanning met twee 181.2'en van de EC 64/65 "Mozart" tussen Strasburg en Stuttgart.

Deze dienst bleef ook in de winterdienstregeling

1995/1996 behouden. Tussen Koblenz, Trier en Saarbrücken kwamen echter geen 181.2'en in inzet. Deze diensten waren overgegaan op locs van de Br 110 en 140. In plaats daarvan reed de 181.2 extra EC en IC diensten, bijvoorbeeld tussen Saarbrücken - Mannheim - Darmstadt en Frankfurt. In de zomerdienstregeling van 1996 reden de 181.2'en wel weer RE's tussen Koblenz, Trier en Saarbrücken. De IR's op de relatie Koblenz - Trier - Saarbrücken - Lindau werden gereden met de Br 111.

Totaal 17 locs van de 181.2 waren nodig voor het omloopplan van 1996/1997. In het hoofdplan met 14 locs kwamen ze planmatig met treinen naar Metz, Strasburg, Frankfurt, Koblenz en Stuttgart. Belangrijkste diensten waren weer de grensoverschrijdende diensten tussen Duitsland en Frankrijk/Luxemburg. De dubbeltractie tussen Strasburg en Stuttgart verviel echter. Tevens waren er ook geen binnenlandse Franse en Luxemburgse diensten meer. Daarnaast bevatte het plan nog enkele IR- en RE-diensten tussen Koblenz en Saarbrücken, Offenburg en Strasburg en een aantal goederentreinen. Keulen werd ook nog steeds aangedaan met het D-paar 1272/1273. Een tweede driedaagse plan zag goederendiensten tussen Forbach en Saarbrücken voor.

Door de verdere inzet van de Br 111 op de trajecten in Pfalz en langs de Moezel en Saar werd het omloopplan van de Br 181.2 in de zomer van 1997 van 14 dagen ingekort tot 13. Gemiddeld voorzag het plan 832 km per dag per loc. De locs kwamen in inzet voor de volgende treinen (niet alle reden dagelijks):

  • Tussen Frankfurt en Metz (EC 52, 53, 54, 55, 56, 57).
  • Tussen Saarbrücken en Frankfurt (IC 552, IC 553, IC 557, IC 558, IC 559, IC 650, IC 652, IC 653).
  • Tussen Stuttgart, Karlsruhe en Stuttgart (EC 64, EC 65, EC 66, EC 67, D 260, D 261, D 262, D 263, IR 2766, IR 2767. IR 2768, IR 2769, 38427).
  • Tussen Stuttgart en Bruchsal (IR 2960, IR 2961).
  • Tussen Straßburg, Kehl en Offenburg (1864, 1865, 1866, 1867, 1868, 1869, 1870, 1871, 1872, 1873, 1874, 1875, 1876, 1877, 22566, 38413, 38420, 38422, 67304).
  • Tussen Frankfurt en Strasburg (IR 2772, IR 2773).
  • Tussen Koblenz, Trier, Luxemburg en Bettembourg (IR 2430, IR 2431, IR 2432, IR 2433, IR 2434, IR 2435, 3068, 3954, 3979, 8245, 38841, 38842, 44271, 44276, 87033).
  • Tussen Saarbrücken, Trier en Koblenz (IR 2337, IR 2536, 3955, 3964, 3967, 3976, 3977, 3978, 6359, 34310).
  • Tussen Mannheim en Saarbrücken/Koblenz (IR 2337, IR 2263, 3932, 3933).

Goederentreinen werden voornamelijk op de volgende trajecten gereden:

  • Tussen Saarbrücken en Forbach (6607, 38854, 40526, 42511, 42536, 43521, 43545, 44542, 44556, 86035, 86083).
  • Tussen Saarbrücken en Ehrang (66004).
  • Tussen Trier, Ehrang , Apach, Wittlich en Wasserbillig (38844, 38627, 38629, 38634, 38661, 38662, 38663, 38662, 38666, 38840, 38843, 38845, 38846, 38850, 40531, 40550, 41570, 44272, 44509, 44513, 44520, 44526, 44528, 44529, 44272, 45250, 45251, 45291, 48530, 87003, 87005, 87039, 87041, 87061, 87082).
  • Op het traject Saarbrücken - Völklingen - Neunkirchen (66043, 66400, 86117).
  • Daarnaast waren de locs weer met de seizoenssneltrein D 1272/1273 tussen Luxemburg en Keulen aan te treffen. Daarmee verbonden was ook de bespanning van koerswagentreinen 6630/6631 en 1830 tussen Nancy, Metz en Luxemburg.
    Bovendien bestond er nog een tweede plan, dat goederendiensten rond Saarbrücken en Ehrang bevatte.

In de winterdienstregeling van 1998/1999 werd - zoals al in de zomer van 1998 - een tiendaags omloopplan opgesteld. Met gemiddeld 813 km per dag warende locs weer in de gebruikelijke inzetten te vinden. Locuitwisseling tussen Saarbrücken en het zuidelijke inzetgebied volgde nu middels het IR-paar 2772/2773 tussen Frankfurt en Strasburg. De enige goederendienst bij daglicht was de trein 46640 tussen Kehl en Hausbergen. Daarnaast werd tevens weer het seizoenssneltreinpaar 1272/1273 (Port Bou - Keulen) tussen Luxemburg en Keulen (over de rechter Rheinstrecke) bespand. In een kleine zevendaagse omloopplan zaten vooral goederendiensten van Ehrang naar Frankrijk (Apach) en Luxemburg (Wasserbillig).

Aan het einde van de negentiger jaren stonden de locs steeds vaker met schade aan de kant. Hierom reden er in de goederendienst ter vervanging locs van de Br 212 in dubbeltractie.

Op 11 januari 1999 verliet de 181 212 als eerste verkeersrode loc van zijn serie het AW Opladen. Daarbij kreeg zij opnieuw de naam Luxembourg en de Europese vlag op haar zijkanten van de lockast.

Sinds het voorjaar van 1999 kregen de locs tijdens de vele hoofdrevisies het nieuwe Franse beveiligingssysteem KVB ingebouwd, dat het oudere Indusi-systeem BRS moet aflossen. Gelijktijdig werd de Duitse Indusi I 60, waarbij vanaf 140 km/h een tweede machinist verplicht is, vervangen door de nieuwe Indusi I 60 R waar één machinist voldoende is. In de herfst van 1999 reden de locs daarmee met 4 verschillende beveiligingssystemen rond:

I 60 R: 181 201, 202, 206, 207, 212
I 60: 181 203-205, 208-211, 213-225
BRS: 181 201-225
KVB: 181 201, 202, 206, 207, 212

Op dit tijdstip waren er trouwens ook 4 kleurvarianten bij de Br 181.2:

Staalblauw: 181 201, 205, 206, 207, 210
Oceaanblauw/beige: 181 211, 214, 216, 217, 219, 220, 222, 223, 225
Oriëntrood: 181 202, 203, 204, 208, 209, 213, 215, 218, 221, 224
Verkeersrood: 181 212

Met het ingaan van de nieuwe dienstregeling per 15 december 2002 hebben de diensten zich enigszins gewijzigd. Zo zijn de InterRegio's door het Saardal vervallen. In plaats daarvan rijden er nu meer tot InterCity opgewaardeerde treinen door tot Luxemburg, waaronder een treinpaar Luxemburg – Koblenz - Frankfurt. Een jaar later werd de route aan dit treinpaar echter al weer aangepast tot Luxemburg – Koblenz – Keulen – Norddeich Mole, waarbij de 181.2 zoals gebruikelijk alleen tussen Luxembourg en Koblenz de trein trekt.

Het aantal dienstvaardige loc neemt ondertussen sinds najaar 2002 gestaagd af. In september 2002 werd de 181 217 als eerste loc van de serie terzijde gesteld. De sloop van de loc volgde in juni 2003. Per 14 december 2003 vervielen de planmatige goederentreindiensten tussen Saarbrücken en Forbach. Deze diensten werden overgenomen door de serie 185 waarvan de eerste locs met toelating voor het Franse spoorwegnet ter beschikking stonden. Door het teruglopende aantal locs dat benodigd wordt kreeg de 181 202 waarvan de revisiedatum in maart 2004 verstreek geen hoofdrevisie meer en werd als onderdelenleverancier voor de nog rijdende locs gebruikt. Hetzelfde lot ondergingen inmiddels ook de 181 216 en 181 221 per 30 november 2004 en de 181 208 en 181 220 op 31 december 2004. Enkele dagen later werd de 181 208 op 2 januari 2005 en de 181 220 op 5 januari weer als reserve ingepland, maar inzetten hebben niet plaats gevonden en op 7 januari werden de beide locs alweer geconverseerd opgesteld in Frankfurt. De 181 216 en 181 221 zijn plukloc. Voor de dienst waren nu in totaal 14 locs van de Baureihe 181.2 benodigd, waarvoor er nog 19 locs tot beschikking stonden. De beide locs 181 208 en de 181 220 zouden later alsnog weer in dienst komen. De 181 208 keerde als weer inzetbaar terug in juli 2005, de 181 220 volgde ruim een jaar later in november 2006.

Aan het einde van de zomer in 2005 werden de diensten met de goederentreinen op het traject Ehrang - Perl - Apach na meerdere malen van uitstel definitief overgenomen door Franse meersysteemlocs van het type BB 37000, genaamd "Prima". In de dienstregeling van december 2005 tot en met december 2006 kwam er voor de Baureihe 181.2 nog verrassend een hele nieuwe bestemming in het omloopplan bij. Gedurende deze periode werden de locs gebruikt voor het rijden van een weekend InterCity van Frankfurt naar Leipzig. De locs kwamen tot dan toe planmatig nog nooit zo ver in het voormalige Oost-Duitsland. Op vrijdag bracht de loc van de Baureihe 181.2 de InterCity van Frankfurt naar Leipzig, de zondag ging het weer terug. Bij de eerstvolgende grote dienstregelingwisseling in december 2006 verloor de Baureihe 181.2 deze dienst echter al weer.

Met ingang van 10 juni 2007 werden de diensten van de Baureihe 181.2 verder ingekrompen. Sinds deze datum zijn alle huidige EuroCity's tussen Frankfurt, Saarbrücken en Metz en het overgrote deel van de treinen tussen Straatsburg en Stuttgart vervangen door respectievelijk ICE’s en TGV’s. Op de lijn naar Straatsburg bleef na 10 juni 2007 nog één EuroCity vanaf München en één EuroNight treinpaar vanuit Oostenrijk tot Straatsburg bestaan die op het trajectdeel naar Straatsburg met de Baureihe 181.2 werd gereden. Ondanks de overgang naar de ICE’s, werden de locs aanvankelijk nog gebruikt voor het rijden van op de ICE's aansluitende treinen tussen Saarbrücken, Mannheim en Frankfurt. Aangezien de DB AG nog niet de beschikking heeft over voldoende ICE's om naar Frankrijk in te zetten, werd er sinds 10 juni 2007 eerst nog maar één doorgaande ICE tussen Frankfurt en Parijs via Saarbrücken aangeboden. De overige ICE’s reden alleen tussen Saarbrücken en Parijs, zodat tussen Saarbrücken en Frankfurt aansluitende klassieke treinen moesten worden ingezet. Aan deze situatie is echter in december 2007 een einde gekomen.

Met het oog op deze forse inkrimping van de diensten werd begin mei 2007 de loc 181 203 ter zijde gesteld. In het zelfde jaar volgden ook de 181 208 en de 181 223. In 2008 werden tevens de 181 206, de 181 219 en de 181 224 terzijde gesteld. Met de 181 206 ging één van de twee nog overgebleven blauwe locs aan de kant. De 181 206 is sinds mei 2008 ondergebracht bij het DB Museum te Koblenz. De andere blauwe loc, de 181 201, werd in 2009 ook aan de kant gezet. Deze loc heeft echter alsnog een nieuwe hoofdrevisie gekregen en is sinds maart 2010 weer rijvaardig. Ondanks het naderende einde, hebben een aantal andere locs van de Baureihe 181.2 die tussendoor buitendienst gesteld waren of waarvan de revisiedatum bijna afliep tevens nieuwe hoofdrevisies ondergaan. Wel aan de kant staan momenteel de 181 203, de 181 208, de 181 210, de 181 218, de 181 224 en de 181 225. Het viertal 181 202, 181 216, 181 217 en 181 221 zijn gesloopt. De 181 218 is tenslotte sinds november 2010 niet meer inzetbaar, maar ook deze loc krijgt nog een hoofdrevisie.

Het zwaartepunt van de inzet van de Baureihe 181.2 ligt sinds de komst van de hogesnelheidstreinen op de dienst met InterCity’s tussen Luxemburg en Koblenz. Dit zal naar verwachting nog tot eind 2013 zo blijven. Vanaf dan is de DB van plan om de in 2011 bij Bombardier voor de InterCity’s bestelde dubbeldeksrijtuigen op de lijn Luxemburg – Koblenz – Norddeich Mole in te zetten. De tractie zal dan op de gehele route worden verzorg door locs van de Baureihe 186. Voor de InterCity dienst naar Luxemburg wil de DB vijf van deze meersysteemlocs bij Bombardier bestellen. Op het traject van Saarbrücken naar Forbach wordt verder een CityNightLine trein naar Parijs door de Baureihe 181.2 de grens overgebracht. Weliswaar kampt de DB voor de ICE dient op deze lijn voortdurend met een krapte aan ICE treinstellen, maar dit leidt niet tot de inzet van vervangende treinen met de Baureihe 181.2. Doorgaans komt bij uitval van een ICE een TGV ter inzet. Tussen Karlsruhe en Straatsburg rijdt daarnaast momenteel ook de eerder genoemde resterende Eurocity. De EuroNight is met de dienstregelingwijziging van december 2009 geheel weggevallen. Tenslotte wordt de Baureihe 181.2 ook nog ingezet voor autoslaaptreinen naar Frankrijk en een paar binnenlandse diensten.

Kleurstellingen >>

Laatste Artikelen